ill-ergotherapie.png

Sensorische integratie 

Over zenuwbanen, zintuigen, input en output...

Wat is dat nu juist?

Sensorische integratie (ook wel sensomotorische integratie of multisensorische integratie genoemd) is het vermogen van het centrale zenuwstelsel om informatie afkomstig van verschillende zintuigen (zicht, gehoor, gevoel, reuk, smaak en evenwicht) te integreren. Een samenhangende representatie van prikkels die worden opgevangen door verschillende zintuigen zorgt ervoor dat een organisme zich een wezenlijk beeld kan vormen van zijn omgeving. Multisensorische integratie is de sleutel voor een organisme om zich aan te kunnen passen aan de omgeving, want het staat hem toe de wereld om hem heen te zien als een samenhangend geheel. Multisensorische integratie gaat ook over de manier waarop verschillende zintuigen samenwerken en elkaar beïnvloeden.

bron: wikipedia

bron: wikipedia

Het startte allemaal met sensorische integratie volgens Jean Ayres (1920 – 1988). Ze is de grondlegster van de theorie. Zij was psychologe en ergotherapeute. Dertig jaar van haar leven is ze bezig geweest om deze theorie uit te werken. Ze heeft aan de hand van literatuur over neurobiologie, gedrags- en ontwikkelingsonderzoek en haar eigen intuïtie veel nieuwe ideeën ontwikkeld. Haar doel was om een relatie te leggen tussen gedrag, zoals de schoolse vaardigheden, en de neuronale processen in het centraal zenuwstelsel. Voor Jean Ayres waren de drie basiszintuigen (proprioceptie, evenwicht en tast) basis voor het uiteindelijk uitvoeren van complexe activiteiten.
Haar theorie wordt nog steeds verder uitgebreid en aangepast aan de hand van wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe ervaringen.

Zo zijn er de laatste jaren ontwikkelingen waarbij men meer de nadruk legt op de ‘sensorische informatieverwerking’, in het Engels wordt dan over ‘Sensory Processing gesproken en bij problemen over SPD (Sensory Processing Disorder).

Sensorische informatieverwerking is een proces om de informatie die komt vanuit de verschillende zintuiglijke systemen met elkaar te verbinden, te organiseren en er betekenis aan te verlenen zodat we gepast kunnen reageren in verschillende situaties. Om gepast te reageren gebruiken we onze reeds verworven motorische, emotionele en sociale vaardigheden. Eenvoudig gezegd gaat het over het verwerken van zintuiglijke prikkels via het zenuwstelsel om te kunnen bewegen en zinvol te handelen. 

Als we onze reactie kunnen aanpassen, overwinnen we de uitdaging die zich stelt en leren iets nieuws. Tegelijk helpt het onze hersenen om zich verder te ontwikkelen en organiseren. Een kind dat leert om zijn spel te organiseren zal later zijn schoolwerk gemakkelijker kunnen oplossen en wordt een meer geordende volwassene.

Als we problemen hebben om onze reacties aan te passen kunnen we ook moeilijker nieuwe dingen leren en uitdagingen aangaan. We moeten dan meer energie steken in acties om ons veilig te voelen en in leven te blijven.

Ieder kind of persoon heeft andere mogelijkheden, vanuit zijn eigen specifieke evolutie, om omgevingsprikkels op te nemen, te verwerken en erop te reageren. Een adequate reactie van 2 personen in dezelfde situatie kan dus meer of minder verschillend zijn.

Een baby die een rammelaar ziet en die wil pakken heeft als aangepaste reactie het uitsteken van de hand nodig en moet deze hand naar zijn doel, de rammelaar brengen. Dit is een motorisch plan. Als het kind verschillende pogingen nodig heeft om de rammelaar te pakken heeft het nog geen motorisch plan vanuit zijn vroegere ervaringen.

Tijdens een les wiskunde kunnen sommige kinderen stil zitten en zich goed concentreren. Andere kinderen lukt dit nauwelijks of niet. Als bijvoorbeeld 'stil' zitten nog veel inspanning vraagt, kan er te weinig aandacht gaan naar de wiskundeles en gaat er veel energie verloren aan het proberen 'stil' zitten.

Kinderen die moeite hebben met concentreren en stilzitten kunnen een probleem hebben met het verwerken van de informatie uit het tastzintuig, evenwichtszintuig en/of het "spier" -zintuig (proprioceptie).

bron: ergopraktijk.be

ok, en wat doet dat nu juist? 

Onze zintuigen nemen verschillende dingen waar: we kunnen ruiken, zien, voelen, horen,.... Al deze prikkels worden via de zenuwbanen naar de hersenen gestuurd die ze verwerken en een reactie terug sturen. Dit gaat zo snel dat we zelfs niet merken hoeveel er gebeurt in ons lichaam om te reageren op een bepaalde prikkel. Maar wat als er iets misloopt? Wat als heel dit proces niet vlot loopt? 

Wanneer ouders of leerkrachten merken dat er een probleem is, wordt er vaak gewerkt aan de ‘outcome’, we zien wat het probleem is. Een kind heeft problemen met het vangen van een bal, dan wordt er meteen een behandeling opgezet die zich focust op het grof motorische, op spieropbouw en oog-handcoördinatie. Is dat verkeerd? Nee, in veel gevallen niet. 

Maar wat als de motoriek eigenlijk niet het probleem is, maar de prikkelverwerking? Wat als er een onderliggende oorzaak is? Dan kunnen we nog veel oefenen met het gooien van een bal en zal het kind maar heel weinig vooruitgang maken. 

De moeilijkheid met het sturen van gedrag, wanneer er een probleem is met de sensorische integratie, is dat je geen of verkeerde input krijgt, en zo de output nooit de juiste kan zijn. 

Beeld je in dat je niet kan inschatten waar de bal naartoe vliegt wanneer hij gegooid wordt, en als je hem dan per toeval toch kan aanraken, dat je niet voelt dat je hem binnen bereik hebt. Als dat het probleem is, zal je hem nooit kunnen vangen, hoe hard je ook oefent. 

Sensorische integratie en autisme/ADHD

Kinderen/volwassenen met AD(H)D of een autistisme spectrumstoornis kunnen daarnaast een stoornis hebben in de sensorische informatieverwerking. Een onderzoek naar de sensorische informatieverwerking met daarna eventueel  een integratietherapie in de verschillende zintuiglijke systemen kan dan zinvol zijn.


Zeker jonge kinderen met een normale intelligentie reageren goed op therapie omdat hun zenuwstelsel nog soepel is. De hersenfuncties kunnen nog gemakkelijk veranderen en nieuwe verbindingen maken.
Het klopt dat bepaalde symptomen, zoals hyperactiviteit, kunnen veranderen in de puberteit. Maar zoals een beroerte er niet uitgroeit, geneest ook een minimale neurologische stoornis, zoals een sensorische integratiestoornis die de problemen veroorzaakt, niet vanzelf.

Het is nooit te laat om hulp te zoeken, ook met oudere kinderen en volwassenen werden reeds goede resultaten geboekt, vaak in combinatie met andere therapievormen.

Verloop

Bij aanvang van de therapie wordt in kaart gebracht welke zintuiglijke prikkels gepast verwerkt worden en welke voor problemen zorgen. Dit gebeurt aan de hand van vragen (bij kleine kinderen stellen we deze aan de ouders), observaties en eventueel tests. Daarna kan de eigenlijke therapie en het geven van informatie gestart worden.

We leren beter indien we iets graag doen of als we de opdracht als leuk ervaren. Dit geldt zowel voor kinderen als volwassenen. Voor een kind is deze therapievorm spelen, voor een volwassene of de ouder van een kind is het eerder een ontdekkingsreis en inzichten opdoen.

Kostprijs

Deze therapiesessies duren telkens 50 min en kosten 50€.